Vragen? Bel 035 60 345 26

Wanneer bent u boventallig

Als u boventallig bent vervalt uw functie
Boventalligheid houdt in dat uw functie bij uw werkgever vervalt. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Meestal heeft de werkgever de intentie het aantal personeelsleden te verminderen. Het kan zijn dat uw werkgever financiële problemen heeft en daardoor het personeelsbestand moet inkrimpen. Optimalisatie van de bedrijfsstructuur kan ook een reden voor inkrimpen zijn. Ook fusies of samenwerking met andere bedrijven kunnen veroorzaken dat functies vervallen.

Functies na een reorganisatie
Als een werkgever reorganiseert maakt een werkgever onderscheid in vier functies. Ten eerste is er de blijffunctie. Hierin vinden niet of nauwelijks wijzigingen plaats. De functie blijft. De medewerkers hoeven niet bang te zijn boventallig te worden verklaard. Ten tweede is er de veranderfunctie; De inhoud van de functie wijzigt ingrijpend. Werkzaamheden worden opnieuw ingedeeld en alle medewerkers in de functie raken boventallig. Ten derde is er de krimpfunctie, waarin een deel van de werknemers boventallig wordt verklaard terwijl de rest blijft zitten. De vierde functie is de verdwijnfunctie. De functie verdwijnt volledig en alle werknemers raken boventallig.

Boventalligheid is afhankelijk van toekomstplannen van de werkgever
Boventalligheid is het resultaat van de plannen die uw werkgever heeft voor uw functie. Boventalligheid is daarom moeilijk te voorkomen als individu. De beste garantie is om als functiegroep goede resultaten te behalen zodat uw werkgever geen reden heeft om wijzigingen aan te brengen in uw functiegroep.

Boventalligheid kan leiden tot ontslag
Boventalligheid kan leiden tot ontslag. Boventalligheid kan ook leiden tot een andere functie bij dezelfde werkgever. Bij ontslag van meer dan 20 werknemers tegelijkertijd is sprake van collectief ontslag. De werkgever is verplicht gebruik te maken van het afspiegelingsbeginsel (artikel 4:2 van het Ontslagbesluit). Afspiegelingsbeginsel bepaalt de ontslagvolgorde: wie is boventallig en wie is niet boventallig.

Werkgever past afspiegelingsbeginsel toe bij boventalligheid
Boventalligheid kan betekenen dat werknemers hun baan kwijtraken. Om te bepalen wie zijn of haar baan verliest past de werkgever het afspiegelingsbeginsel toe. Eerst bepaalt de werkgever welke functie moet inkrimpen. Daarna bepaalt afspiegeling welke functionarissen moeten vertrekken. Bijvoorbeeld: er werken 50 administrateurs bij een grote multinational. De werkgever wilt inkrimpen met 10 administrateurs. Het afspiegelingsbeginsel bepaalt welke 10 administrateurs boventallig worden en hun baan kwijtraken.

Afspiegelingsbeginsel bepaalt de ontslagvolgorde
Het afspiegelingsbeginsel is in het leven geroepen om de leeftijdsopbouw voor en na de reorganisatie gelijk te houden. Afspiegeling bepaalt welke werknemers binnen een functiegroep boventallig raken (als niet de hele functie boventallig raakt). Voor medewerkers uit dezelfde leeftijdscategorie geldt dat de persoon met het kortste dienstverband als eerste vertrekt (dit staat bekend als Last In, First Out of LIFO). Het afspiegelingsbeginsel bepaalt dus de volgorde van ontslagenen.

Afspiegelen alleen bij gelijke en uitwisselbare functies
Afspiegelen is alleen mogelijk wanneer meerdere werknemers een gelijke of uitwisselbare functie bekleden. Als slechts één medewerker een unieke functie vervult en die functie moet vervallen, krijgt die ene medewerker ontslag. Bij afspiegeling wordt er gerekend in aantal mensen, en niet in aantal fte (fulltime equivalenten).

Stappenplan van afspiegeling
Afspiegelen vindt plaats volgens een bepaald stappenplan

  1. Er wordt gekeken in welke functie moet worden ingekrompen;
  2. De werkgever bepaalt hoeveel werknemers werkzaam zijn in deze functie;
  3. Werknemers worden in 5 leeftijdsgroepen ingedeeld; van 15 tot 25 jaar, van 25 tot 35 jaar, van 35 tot 45 jaar, van 45 tot 55 jaar, en 55 jaar en ouder;
  4. Het aandeel van de leeftijdsgroep binnen het totaal wordt vastgesteld: Het aantal werknemers binnen de leeftijdscategorie wordt gedeeld door het totaal aantal werknemers. Uitkomst is het procentuele aandeel;
  5. De werkgever stelt vast hoeveel werknemers in een functie boventallig raken;
  6. Het per leeftijdsgroep vastgestelde percentage wordt vermenigvuldigd met het aantal boventalligen. Dit wordt afgerond op hele getallen: Per leeftijdsgroep komt het aantal boventalligen vast te staan;
  7. Per leeftijdscategorie wordt bepaald wie moet vertrekken. Dat zijn de medewerkers die het laatst in dienst zijn gekomen (Last in, First Out).

Zie voorbeeld afspiegelingsbeginsel

Uitzonderingen op afspiegelingsbeginsel
In twee gevallen mag de werkgever een uitzondering maken op het afspiegelingen:

  • bij een onmisbare medewerker
  • bij een medewerker met een zwakke arbeidsmarktpositie

Tijdelijke werknemers en afspiegelingsbeginsel
Bij het bepalen van boventalligheid in de organisatie worden tijdelijke medewerkers meegerekend voor de leeftijdsopbouw. Tijdelijke medewerkers worden niet aangewezen als boventalligen en hebben geen voorrangsstatus. In de praktijk krijgen tijdelijke werknemers meestal geen contractverlenging. Een plaats voor boventalligheid wordt ingeleverd. Dit kan alleen bij contracten voor bepaalde tijd die eindigen binnen 26 weken na de peildatum voor het afspiegelen.

Peildatum
Een collectief ontslag moet altijd goedgekeurd worden door het UWV WERKbedrijf. De peildatum is de datum waarop de ontslagaanvragen worden ingediend bij het UWV WERKbedrijf. Een eerdere peildatum kan worden aangehouden als die redelijkerwijs als peildatum gehanteerd kan worden en bewijsbaar is. Dit kan bijvoorbeeld de datum van de melding in het kader van de Wet Melding Collectief Ontslag zijn. Het personeelsbestand op de peildatum vormt de basis voor de ontslagvolgorde.

Check uw vaststellingsovereenkomst

Stel uw vraag

Een mail aan onze arbeidsjuristen is vaak voldoende om een antwoord te krijgen op vragen die u heeft over sociaal plan of arbeidsrecht.

Klik hier en stel direct uw vraag!